De woorden “zijn”, “mens”, “wereld”, “overgang” raken ons in wat en wie we zijn – vooral in deze overgangstijd die heel reëel is geworden voor de planeet die ons gastheer is, in de wereld van vandaag, die in wezen gebouwd op patriarchale en economische waarden, en in de wereld van de toekomst, met, zo wordt ons verteld, een combinatie van catastrofale gebeurtenissen en verbeterde mensen.

Er gaat een golf van bewustzijn door onze samenlevingen, maar veranderingen vinden slechts langzaam plaats. Politici en de meerderheid van de bevolking willen geen serieuze actie ondernemen. Ze lijken te geloven dat kleine aanpassingen voldoende zijn om de situatie in te dammen, zonder al te veel af te doen aan het comfort dat in het industriële tijdperk is verworven. Deze grote wereldwijde en humanitaire crisis komt onze rijke landen vragen stellen over ons vermogen om ons comfort, onze goederen en gewoonten te verliezen en los te laten. Het stelt vragen bij onze positionering als mens in relatie tot het leven, de natuur, anderen en dus onze hele manier van leven van ons ‘menszijn’.